Berichten Volg reacties via RSS

verlichting

Het lijkt pure nostalgie wanneer we tussen alle fittingen en dimmers stilstaan bij de lampen van weleer, maar zo is het niet bedoeld. Wandlampen zijn het mooist als ze verbonden zijn met een wandschakelaar. Daar kan een heel klein tafeltje worden geplaatst waarop een klein maar stabiel schemerlampje een plek kan vinden. Een andere mogelijkheid om in de gang een knusse verlichting te maken is het gebruik van een kleine schemerlamp. Hij freest sleuven in de muur en hij weet ook waar de leidingen met elkaar verbonden zijn. De trap naar boven heeft uiteraard licht nodig, en dat licht moet vooral gericht zijn op de treden van de trap. Wel, het kan een verademing zijn als we af en toe de moderne gemakken eens laten voor wat ze zijn. Vaak is er in de muur een contactpunt voor bijvoorbeeld de stofzuiger. willen vriendelijk licht, liefst in de buurt van onze inspectieplaats: de spiegel. Hier moet men zich in alle rust kunnen terugtrekken. De eerste lampjes werden gebruikt in de Steentijd. Als dat alles klaar is kunt u de muren dus opnieuw afwerken met behang of schilderwerk, en pas daarna wordt de armatuur aan de wand bevestigd. Er zijn wel openbare ruimtes waarin de schotten (de verticale delen van de trap) verlicht zijn: daar wordt veel meer gestruikeld dan gewenst is. De lichtopbrengst van Tl-buizen is 4 tot 5 maal die van de gewone gloeilamp en de levensduur is zelfs 20 maal zo lang. De lamp is daardoor heel geschikt voor ruimtes die voortdurend verlicht moeten worden. Scherm, als er een raam is, het daglicht af met luxaflex of vitrage. Ze worden geplaatst door het hele staafje vast te drukken in de armatuur: de porseleinen delen komen dan klem te zitten in een pakking. Voor de montage van deze twee soorten armaturen is enige handigheid vereist. In Egypte gebruikte men olielampjes met sesamzaad. Er kan dus ook heel wat sprankeling worden gecreëerd met een goede armatuur. De armatuur rond een spotlampje is vaak niet meer dan een metalen rand met aan de achterkant een beugel waarin de bedrading wordt bevestigd. Dit is geen oplossing voor de langere termijn: het is niet stabiel, niet fraai en niet veilig.

sloopauto

Door dit recyclen van materialen ontstaat er minder afval en wordt het milieu beschermd. Door de logo’s die staan voor milieu, veilig en recyclen trek je meer klandizie voor je bedrijf. Al deze organisaties hebben als doel een betere luchtkwaliteit en een beter milieu. Het is vaak niet moeilijk om iemand te vinden die de sloopauto gratis bij je op komt halen, in de krant en op het internet staan regelmatig advertenties met het aanbod dit gratis te komen doen. Soms staan er ook advertenties tussen die een klein bedrag bieden als ze de sloop auto bij je mogen komen halen. Hoelang sloop auto’s de premie nog daadwerkelijk kunnen ontvangen wordt binnenkort bekend gemaakt in de media. Als je besloten hebt om zelf te gaan slopen moet je een brief schrijven naar de RDW waarin je vermeld dat je de auto uit de kentekenregistratie wilt laten verwijderen omdat je deze auto zelf gaat slopen. De snelste oplossing is een sloopbedrijf bellen om de sloop auto te komen halen of om hem zelf weg te brengen. Uiteindelijk worden er van de sloopauto’s kleine afval pakketten geperst. Volgens de wettelijke normen- en regels waaronder Stiba werkt mogen alleen bedrijven met een vergunning de auto slopen. Met andere woorden je kunt er met eigen ogen zien dat het slopen van je auto niet alleen maar afval maar ook positieve resultaten oplevert. Het lege omhulsel van de auto wordt op het terrein van het sloopbedrijf bewaard. Normaal gesproken mogen alleen erkende sloopbedrijven in Nederland een auto slopen. De onderdelen worden voor een goedkope prijs weer terugverkocht aan de consument. Als je aan alle voorwaarden voldoet en de sloop auto milieubewust en veilig verwerkt kun je in aanmerking komen om opgenomen te worden in een samenwerkingsorganisatie. Als je de auto naar de sloop brengt moet je er van op aan kunnen dat deze tijdig en correct uit de kentekenregistratie van de RDW wordt geschreven. Zou het naar de sloop brengen van de auto een paar dagen langer duren zeg dan de verzekering van de auto nog niet op. Als eigenaar van het sloopautobedrijf ben je verantwoordelijk voor de controle en het uitvoeren van de verbeteringen waar dat mogelijk is.

radiatoren

Er zijn diverse regelsystemen voor vloer radiatoren, waarover geen eensluidendheid bestaat. Deze pijpen hebben een beduidend kleinere diameter, waardoor zij bij zichtbare montage wat sierlijker uitvallen. In de zomer kan door verandering van de ventielstand de buitenlucht langs de bovenzijde van de radiator worden gevoerd. (Aangesloten laten is door de waterleidingbedrijven verboden.) Na het vullen of aftappen van radiatoren koppelt men de vulslang af en wordt een schroefkap op de kraan gedraaid als extra zekerheid. Voor de slaapkamer waar de vrouw des huizes zo graag het raampje net boven de radiatoren afsluiter op een kiertje zet en de koude lucht over de afsluiter strijkt biedt een radiatoren afsluiter met voelerinstelling op afstand de oplossing. Des te hoger het ventilatievoud is, des te meer lucht wordt er dus ingeblazen. Een andere veel voorkomende mogelijkheid is de toepassing van dunwandige stalen buizen, de zogenaamde precisiebuis. Bijzondere aandacht verdienen daarbij de ramen. De dunne elektrische leidingen kunnen beter tegen een stootje en zijn gemakkelijker aan te brengen dan de capillaire leidingen. Van de cv.-ketel naar de verwarmingselementen lopen leidingen die het warme water aanvoeren en leidingen die het afgekoelde water naar de ketel terugbrengen. Alvorens die laatste laag wordt aangelegd wordt de vloerverwarming ontlucht door het gehele systeem door te spoelen met leidingwater. Dat geldt zeker voor het instrument dat als A op de tekening staat, de thermostaat. Bij het klassieke model kan het branderbed met bijvoorbeeld gloeiblokken worden afgedekt. de watervoeler, de buitenvoeler, de weersafhankelijke regelaar en het bedieningspaneel. Door een retourleiding gaat dit water terug naar de ketel om opnieuw te worden verwarmd. Als alle leidingen vol zitten wordt de boosterpomp op het systeem aangesloten en gedurende 24 uur wordt er een druk op uitgeoefend van 10 kgf/cm2. De ruimtethermostaat voelt dat en verlaagt het instelpunt van de stooklijn (evenwijdige verschuiving van de stooklijn). De pomp is ook watergesmeerd, rotor en waaier vormen één geheel en bevinden zich dus in water, maar de motor is ‘droog’. Berekeningen tonen aan dat het voor een goede warmtespreiding wel degelijk verschil maakt of de leidingen waardoor het water komt te lopen op een afstand van 30,25 of 20 cm van elkaar worden aangelegd. En dat is een factor die ook duidelijk met ‘behaaglijk’ te maken heeft.

kerstpakketten

Omdat het voor de meeste werknemers een belangrijk stukje erkenning is buigen veel werkgevers zich de komende maanden weer over de kerstpakketten die kunnen- en moeten worden aangeschaft. Kunnen, want wat kan er op financieel gebied, wat is er mogelijk om zonder in ernstige problemen te komen je waardering te laten blijken aan de werknemers. Moeten, omdat de meeste werknemers het kerstpakket als een ongeschreven recht zien en het verleden heeft aangetoond dat het uitblijven van dit “recht” een directe negatieve invloed heeft op de arbeidsintensiviteit, de sfeer op de werkvloer en de binding met het bedrijf. De enige andere mogelijkheid om de sfeer en inzet hoog te houden is het verstrekken van een kerstgratificatie. De wensen van het personeel kunt u het beste laten polsen door afdelingchefs, managers of ondernemingsraden die bestaan uit werknemers. Het zou in deze financieel zware tijd best wel eens mogelijk kunnen zijn dat het personeel meer prijs zou stellen op een geldelijke beloning of combinatie van klein kerstgeschenk en kleine kerstgratificatie. De kerstgratificatie wordt berekend op jaarbasis, werknemers die korter in dienst zijn krijgen het aantal maanden dat ze gewerkt hebben, dus het jaar delen door twaalf x het aantal dienstmaanden.

Aan de inhoud van het kerstpakket valt vaak de boodschap van het bedrijf af te lezen. Bedrijven die zich inzetten voor een betere wereld zullen eerder een duurzame- of ondersteunende keuze maken betreffende het kerstpakket. Milieubewuste bedrijven zullen vaker producten die recyclebaar zijn toevoegen in het kerstpakket en biologische producten. Ondernemingen die veel werknemers hebben die buiten kantoor werken kiezen eerder voor een kerstgratificatie of kerstworkshop om opnieuw met elkaar te socialiseren. De kerstpakketten zelf worden vaak uitgereikt tijdens een gezellig samenzijn om zo het kalenderjaar af te sluiten. De meeste grote ondernemingen gaan naar de sites waar men kerstpakketten te koop aanbiedt. Op deze sites kan men zoeken op het type kerstpakket dat men wenst zodat niet de hele site doorgespit hoeft te worden. Op sommige sites kan men zelf de invulling doorgeven al dan niet met een persoonlijke wens of het logo van de onderneming. Ook bestaan er mogelijkheden voor kerstpakketten voor mannen of vrouwen en leeftijdsgerichte kerstpakketten. Voor een grote onderneming is het zo goed als onmogelijk om een persoonlijk geschenk toe te voegen. Deze unieke mogelijkheid geeft wel net dat beetje extra uitstraling voor de kerstpakketten van kleinere bedrijven, je zou hierbij bijvoorbeeld kunnen denken aan een kerstornament of ander item met naam. Vaak bieden de sites die kerstpakketten te koop aanbieden deze service zelf aan maar het is ook mogelijk om deze elders te laten drukken en toe te laten voegen aan het kerstpakket. Belangrijk is om voor een goed kerstpakket de wensen van het personeel en de boodschap van het bedrijf in het oog te houden. Het kerstpakket moet geen reclameboodschap worden maar een dankbetuiging voor de inzet bij het bedrijf en moet respect tonen richting de werknemer. Een kerstpakket moet niet gezien worden als kostenpost van de onderneming maar als een blijk van waardering voor de werknemers.

payroll

In sommige cases komt het toegenomen belang van de werving- en selectiefunctie van het uitzendwerk binnen de huidige arbeidsmarktcontext duidelijk naar voren. Ze hebben nu eenmaal veel keuzemogelijkheden en kunnen zo vertrekken naar een ander bedrijf als hun iets niet zint. Wel verwacht men dat, met de krapte op de arbeidsmarkt, de selectiefunctie en payroll van groter belang zal worden. Bij de afwerking van hun beleidsagenda besteden de uitzendbureau dus meestal geen aparte aandacht aan de positie van uitzendkrachten en gedetacheerde in het bedrijf. Het komt met een zekere regelmaat voor dat gedetacheerden langer dan 2 jaar in het inlenende bedrijf verblijven. Uitzendkrachten worden vrijwel steeds ingeleend voor het verrichten van uitvoerende en/of administratieve/ondersteunende werkzaamheden. geeft OR beter zicht op stand van zaken met betrekking tot flexibilisering (5 uitzendbureau). Bovendien hebben ze ook geen belangstelling voor het uitlenende bedrijf en hebben ze geen inzicht in het functioneren ervan’. Ze kunnen kiezen, maar ook voor werkzoekenden is het moeilijk bij voorbaat te weten of het om een baan en een bedrijf gaat waarin ze willen werken. Niettegenstaande deze stijging, blijft de gemiddelde duur dus nog ruim onder de termijn van 2 jaar die voor uitzendkrachten vereist is om medezeggenschapsrechten in het inlenend bedrijf te kunnen claimen.

Bij de andere punten ligt dit percentage lager. Zij kunnen deze echter pas claimen als zij langer dan 2 jaar in de inlenende bedrijven werkzaam zijn via een uitzendbureau. Dat geldt vooral voor specialistische functies. Ook uit het jaarlijkse instroomonderzoek onder uitzendkrachten blijkt dat een groot aantal uitzendkrachten op zoek is naar een vaste baan. Verder gebruikt men de uitzendformule als wervingskanaal voor vaste medewerkers. In de populatie ligt het percentage flexwerkers dat bewust voor deze positie kiest, onder andere omdat men bij voorkeur perioden van werken afwisselt met perioden van niet-werken of omdat men liever niet te lang bij een en hetzelfde bedrijf ‘blijft hangen’, daarom waarschijnlijk hoger. In bovenstaande opsomming wordt dat bevestigd: het meest genoemde argument (door 48% van de bedrijven) om met gedetacheerden te werken is dat men dan niet voor alle specialismen vaste mensen in dienst hoeft te nemen. In zullen we nagaan in welke mate dit regel of uitzondering is, in zullen we beschrijven voor welke Functies uitzendkrachten en gedetacheerden ingeleend worden, Ook tullen we in deze paragraaf ingaan op de aard van de contractuele relatie die ingeleende werknemers met zowel de inlenende als de uitlenende bedrijven hebben. Voor de groep gedetacheerden, die doorgaans veel langere tijd aan het bedrijf verbonden kunnen zijn, kan dat anders liggen. Iets minder dan de helft (44%) ziet hierin geen voordeel. Het NEI-onderzoek bevat overigens geen gegevens over het aantal plaatsingen dat langer dan 2 jaar duurt. Aanpassingen in deze praktijk zijn voorlopig niet aan de orde. Die situatie zal zich volgens betrokkenen ook niet gauw voordoen. Zo is bij bijna tweederde deel van de geïnterviewde uitzendbureau in de huidige zittingsperiode de inspraak van werknemers op bedrijfsniveau aan de orde gekomen.

herenfietsen

Voor de fietser betekent beter presteren het zo lang mogelijk leveren van een zo hoog mogelijk vermogen. Beter materiaal, voor mannen goede herenfietsen, levert betere prestaties. De geleerden zijn het er helaas niet over eens hoe je het best kunt trainen en wat je nu eigenlijk precies traint. Je wordt om de oren geslagen met termen als maximale zuurstofopnamecapaciteit (beter bekend als V02max), omslagpunt (het punt waarop een maximum aan zuurstof naar je spieren gaat, dan wel de afvoer van afvalstoffen het niet meer bij kan benen), anaerobe drempel (ook zoiets), lactaatdrempel (idem) en niet te vergeten hartslagzones met bijbehorende Conconi test (wat weer iets te maken heeft met de eerder genoemde termen) en de formule van Karvonen (dito). Voor de niet-professionele sporter wordt het allemaal samengevat in één woord: cardiofitness. En volgens de populaire boekjes die de afgelopen jaren zijn verschenen, is daarbij één instrument onontbeerlijk: de hartslagmeter. Nu zowat iedereen die sportief bezig is zo’n ding in huis heeft (en misschien zelfs ook gebruikt), wordt het tijd om het belang daarvan te relativeren. Meten is weten, maar het is wel handig om in de gaten te houden watje meet en je af te vragen watje dan eigenlijk precies weet. Vraag: wanneer lever je een maximaal vermogen datje lang kunt volhouden? Antwoord: als in je spieren de aanvoer van energie (glucose en zuurstof) en de afvoer van afval (CO2 en melkzuur) optimaal zijn. Een goede manier om dat te meten is kijken naar de hoeveelheid melkzuur in je bloed. Die blijft tijdens een inspanning redelijk constant, tot op het moment dat aanvoer en afvoer uit balans raken. Dan stijgt de hoeveelheid melkzuur plotseling flink.

De chemische processen in je spieren raken verstoord en het vermogen datje kunt leveren daalt. De melkzuurdrempel is overschreden. Dit punt wordt het omslagpunt genoemd. Als je maximaal wilt presteren, wil je zo dicht mogelijk tegen het omslagpunt aan zitten zonder het te overschrijden. Dan moetje natuurlijk wel weten waar dat punt ligt. De beste manier om daarachter te komen, is naar een laboratorium stappen. Nu is dat niet voor iedereen weggelegd, maar omdat hartslag en omslagpunt in nauwe relatie met elkaar staan, zijn er ook andere methoden om te weten te komen waar je drempel ligt. Veel populaire trainingsboeken en -methoden gaan ervan uit dat je je melkzuurdrempel overschrijdt bij een bepaald percentage van je maximale hartslag. Welnu, helaas, dat is niet zo. Bij heel veel mensen is die relatie er inderdaad, maar bij heel veel andere niet. Sorry, die boeken kunnen dus bij het vuilnis. Wat dan wel? Je kunt op een hometrainer of rollenbank gaan fietsen en steeds een stukje zwaarder (maar niet langzamer) gaan trappen. Op een gegeven moment bereik je het punt waarop de inspanning oncomfortabel maar nog net niet ondraaglijk is. Daar ergens ligt je omslagpunt. Met een hartslagmeter zie je welke hartslag daarbij hoort. Een juiste meting is iets complexer dan dit, maar dit is de basis. Schatting Trainen op basis van je hartslag geeft een fijn gevoel van meetbaarheid en zekerheid. Dat gevoel is misleidend omdat veel meer factoren dan intensiteit van de inspanning een rol spelen bij je hartslag.

gebruikte kantoormeubelen

Momenteel staat het coconconcept als alternatief voor het cellenkantoor het sterkst in de belangstelling. Misschien komt dit doordat de benaming prettige associaties oproept met cocooning. Maar het tegendeel is het geval. In het coconkantoor is immers elke individualiteit en persoonsgebonden gezelligheid verdwenen. Het coconkantoor levert een aanzienlijke ruimte- en dus kostenbesparing op in vergelijking met het cellenkantoor. Daarom is het niet onmogelijk dat facility managers dit type al gauw gaan zien als de nieuwe standaard. Toch is het niet zo dat met de introductie van het coconkantoor snel en gemakkelijk bezuinigd kan worden. Ingrijpende wijzigingen in de werkwijze en het managen van een organisatie is immers de eerste voorwaarde, zo wijzen alle ervaringen tot nu toe uit. Bovendien moet een gedeelte van het bedrag dat bespaard wordt op de ruimte, geïnvesteerd worden in technische faciliteiten, die de vereiste mobiliteit en flexibiliteit mogelijk maken. Flexibiliteit zal er ook toe leiden dat het ‘negen tot vijf kantoor’ verdwijnt. In de toekomst zullen kantoren meer energie verbruiken doordat ze altijd open zijn. Daarmee zullen zowel veel organisatorische problemen van tweeverdieners met kinderen als een deel van het fileprobleem opgelost worden. Maar het verlies aan individualiteit en de noodzaak om ondanks de mogelijkheden van telewerken toch contact te houden met collega’s vereisen een hoogwaardige inrichting van gebruikte kantoormeubelen. Wat dat betreft is het door interieurarchitect Nel Verschuuren fraai en vernuftig ingerichte kantoor van Interpolis te Tilburg, dat volgend voorjaar volledig in gebruik genomen zal zijn, een goed voorbeeld voor de Nederlandse kantorenmarkt.

Voor facilitymanagers moet de ruimtebesparing die het coconkantoor oplevert ten opzichte van het staandaardcellenkantoor heel aanlokkelijk zijn. Niettemin kan het coconkantoor niet beschouwd worden als een concept dat geschikt is als de standaard voor het technologische kantoor. Kantoorinnovatie impliceert momenteel naast flexibiliteit vooral differentiatie. Kleinschalige al dan niet geclusterde of in een groter verband opgenomen productie eenheden zijn kenmerkend voor de postindustriële samenleving, waarin routinewerk en daarmee standaardisatie grotendeels verdwenen zijn.

design vloer

Hierover werden ook propagandageschriften samengesteld, waarin aanwijzingen werden gegeven betreffende het gebruiken van bouwmaterialen in de wintermaanden. Deze geschriften werden ook verspreid onder de betonarbeiders en de uitvoerders van betonwerken. Ook in andere landen werd aan dit vraagstuk alle aandacht gewijd en werd niet alleen de technische, doch ook de ontwerp zijde van de design vloer in studie genomen. In Duitsland b.v berekende Dr. Günther Kühn, dat bij regelmatige voortzetting van de uitvoering van betonwerken gedurende het gehele jaar, de onkosten van de aannemers jaarlijks met gemiddeld 20 tot 25 % zullen verminderen, terwijl de arbeidsprestatie als gevolg van een meer doelmatig en geregeld gebruik van personeel en materieel, met gemiddeld 8 % zal vermeerderen. Betreffende de technische factoren, welke het verwerken van betonspecie bij lage temperaturen beheersen, werden tal van onderzoekingen verricht, welke aanleiding gaven tot een zeer omvangrijke literatuur, waarvan uiteraard slechts enkele geschriften kunnen worden vermeld.

Vastgesteld werd, dat door lage temperaturen het binden en het verharden van cement worden vertraagd en de drukvastheid van beton kleiner wordt; dit laatste het minst bij snelverhardend cement. Bovendien kunnen lage temperaturen, zodra de binding van het cement is begonnen, scheuren en andere beschadigingen in het beton ten gevolge hebben. Ook uit ervaringen, welke in de praktijk werden opgedaan, bleek, dat niet alleen temperaturen beneden 0° C gevaren kunnen opleveren voor het verwerken van betonspecie, doch dat hiervoor zeker even gevaarlijk is koud en nattig weder, waarbij temperaturen van + 5 tot 0° C voorkomen en de lucht een hoog vochtigheidsgehalte van 70 tot 80 % kan hebben. Heel wat bouwongevallen zijn veroorzaakt door het feit, dat met deze lage temperaturen geen rekening werd gehouden, o.a. door te vroeg ontkisten Moet bij lage temperaturen worden doorgewerkt, dan zijn, teneinde dit zonder gevaar voor beschadiging van het beton mogelijk te maken, ten slotte de volgende maatregelen algemeen geldend geworden: 1 °. Voor de betonbereiding mogen geen bevroren materialen worden gebruikt. De materialen moeten op het werk worden opgeslagen, beschermd tegen vochtigheid en vooral ook tegen wind. 2°. De materialen moeten met een zoodanige temperatuur worden verwerkt, dat het chemische proces van de binding en de verharding van het cement zich normaal kan voltrekken. 3°. Het watergehalte van de betonspecie moet zooveel doenlijk worden beperkt, aangezien bij aanwezigheid van te veel water, het ongebonden water kan bevriezen en dan een groter volume gaat innemen, waardoor de mogelijkheid ontstaat, dat het beton uit elkander wordt gewerkt en gaat scheuren.

terrasoverkapping

Een dak boven het terras oftewel een terrasoverkapping is vaak erg handig. Kijk eens in oude boeken over tuinieren. Als de planken gewoon recht komen te liggen of ze van dikkere kwaliteit zijn, mogen de draagbalken verder uit elkaar worden geplaatst. Het doek rolt in en uit over een rails. Waarom zouden alleen mensen met een boot- of zwemsteiger van deze eigenschappen mogen genieten. Het is een feit dat maar weinigen van ons nadenken over plafonds, of dat nu binnen of buiten is, terwijl in werkelijkheid geen element zo belangrijk is voor de beheersing van de ruimte. In het voorbeeld is er een raamwerk gemaakt van balken van 43 x 194 millimeter, dat met hoekijzers op de gemetselde muren is vastgezet. De druk vaste isolatielaag op het dak van de kelder wordt voor de bouw van het terras met een isolatiefolie (dekzeil), zoals voor een platdak (met een isolatielaag erop) afgedekt. Van een partytent tot een professioneel bouwwerk kan gekozen worden en dat is dan ook in alle soorten en maten verkrijgbaar. Natuurlijk kan er ook achteraf een fundament gemaakt worden van een plaat gewapend beton. Voor de nokbalk zijn twee balken van 43 x 117 millimeter met de smalle kant op elkaar gelijmd. In het raamwerk is achter de balk aan de voorkant een extra balk van 43 x 194 millimeter bevestigd om zo de druk van de nokbalk beter op te kunnen vangen. Zoals in elk ontwerp volgt de vorm de functie: een ornament of zitje als middelpunt, een kruisas in het midden die een nieuwe richting aangeeft of eenvoudig de belofte van iets onverwachts aan het eind van de tuin.

Als je een stap verder gaat, is het logisch dat de materialen buiten die in het huis weerspiegelen. Bij het maken van het terras worden deze latten gefixeerd aan het oppervlak van het terras. Door een donkere kleur op te brengen, wordt het hout in zonlicht sneller warm en wordt het aan grotere krachten bloot gesteld. Voor plastic halen mensen dankzij het horticultuursnobisme vaak hun neus op, maar materiaal als kunstturf, dat in een breed kleurenspectrum te koop is, is niets meer dan een waterdicht tapijt datje ook als zodanig moet toepassen. Daarvoor moeten de jaarringen op de kopse kant van het hout in een boog naar boven liggen. Ook voor de in- uitschuifbare terrasoverkapping is een constructie mogelijk die los van het huis staat. Ook als de planken onder invloed van het weer al spoedig scheuren vertonen, kan zo’n terras nog tientallen jaren meegaan. In de meeste gevallen zouden familieleden bij elkaar moeten blijven; dat ziet en voelt comfortabeler aan. Een terras dat 3-5% afloopt voor het weglopen van het water, heeft alleen zin als de planken in de looprichting van het waterverloop zijn gemonteerd. We hebben het al gehad over een verbinding tussen binnen- en buitenruimte, en met vloeren bereik je deze het beste. In winkels, restaurants, bars, luchthavens en andere openbare gelegenheden met heel hoge of gewoon onaantrekkelijke plafonds zie je allerlei structuren in de lucht die zodanig zijn geplaatst dat ze een nieuw perspectief en een comfortabeler volume scheppen.

bestelauto verzekering

De wens onmiddellijk financieel te hulp te kunnen komen, leidde al vroeg tot het vormen van afzonderlijke fondsen vooraf, soms uit legaten, waarvan de opbrengsten moesten worden gebruikt ter leniging van de nood van ouderen en van hen die door rampen waren getroffen. Zo ontstond er in het oude Rome een voorziening waarbij tegen betaling van een koopsom de uitkering van weduwegeld werd veiliggesteld, de eerste bestelauto verzekering. Dat hield in dat bij het huwelijk door de man een som geld werd overgedragen, soms direct aan de vrouw, vaker aan de familie van de vrouw. Tijdens het leven van de man mocht er niet aan het geld worden gekomen. Na zijn overlijden kwam het vrij als weduwe- en wezenvoorziening. De lijfrente als huwelijksgeschenk, maar dan van de ouders, bestaat nog steeds in Angelsaksische landen. Bij het ontstaan van de autonome transportverzekering in de dertiende eeuw in de Italiaanse stadsrepublieken werd de premiebetaling vooraf een bekend gegeven, ook voor andere verzekeringsvormen. Zoals vermeld was er zowel bij Grieken als Romeinen al vooraf financiering van levensverzekeringen bekend. Verzekeringen ontstonden meestal op instigatie van (potentiële) verzekerden of hun werkgevers. Maar soms vond men dat het initiatief bij de organisatoren lag. Er werden geldwervingsactiviteiten opgezet, dit uit het gevoel van het moeten vervullen van een nuttige maatschappelijke functie maar ook vanwege een verwachte winstgevendheid. Naast het lijfrentevoorbeeld van de Artemistempel is de opkomst van de spaarkas daarvoor het meest illustratief. De Italiaanse arts bankier Tonti organiseerde in 1653 een soort levenslange rente-uitkering. Velen mochten geld bij elkaar brengen. De totale renteopbrengst werd jaarlijks uitgekeerd aan die kapitaalverschaffers, die nog leefden.

Voor die overlevers was dat natuurlijk aantrekkelijk. Het huidige spaarkasbedrijf heeft als beginsel dat aan de deelnemers die na een bepaalde periode nog in leven zijn ook de inleg van de inmiddels overledenen toekomt. Een moderne spaarkas bevat overigens vrijwel altijd tevens een overlijdensrisicodekking, waardoor er ook bij overlijden een uitkering komt. Tonti’s aanpak omzeilde een wezenlijk verzekeringsprobleem: als vooraf betaald wordt voor een verzekering, hoe groot moet die betaling dan zijn, Tonti varieerde het basisidee op allerlei manieren. Een van de vormen die hij praktiseerde, was het aanbieden van tijdelijk gebruik van onroerend goed bij gemeenschappelijke financiering. Met de bijdragen van velen werd een luxueus buitenverblijf aangekocht. De kapitaalverschaffers mochten allen bij toerbeurt er gebruik van maken. Timesharing is dus geen recente uitvinding. In Tonti’s opzet verwierf de kapitaalverschaffer die het langste bleef leven uiteindelijk het eigendom van het buitenverblijf. wil men de gedane belofte tot uitkering redelijkerwijs na kunnen komen? En hoe komt men aan de noodzakelijke gegevens om tot een verantwoorde prijsstelling te komen? Tonti draaide het probleem om: hoeveel kan er, gegeven de inleg, worden uitgekeerd? Daardoor werd het dragen van het risico bij de verzekerden - en vooral hun erfgenamen - gelegd en was de organisator zeker van de winst. In de tweede helft van de zeventiende eeuw groeit de aandacht voor het kennen en vastleggen van verifieerbare feiten en het interpreteren van mogelijke samenhangen. Het is ook een bloeiperiode van de exacte vakken.

wc verstopt

Bij het leggen en ondersteunen van afvoerleidingen, zowel buitens- als binnenshuis moeten steeds enkele algemene regels in acht worden genomen. Dit kan bijvoorbeeld erg belangrijk zijn als de wc verstopt. De voornaamste hiervan zijn: De leidingen moeten met juist afschot worden gelegd, of, voorstaande leidingen verticaal worden geplaatst. Buitenleidingen moeten voldoende diep onder het maaiveld worden gelegd en in het algemeen moeten alle leidingen vorstvrij zijn aangebracht. Alle verbindingen van de buizen en hulpstukken moeten waterdicht zijn. Alle leidingen moeten zodanig worden ondersteund, dat ze niet van plaats kunnen veranderen. Deze regels zijn in de voorgaande gedeelten reeds volledig besproken, we gaan daar dus niet meer op in. Wat betreft het leggen en ondersteunen van buitenleidingen kunnen we ons in hoofdzaak bepalen tot de gresbuizen, aangezien deze vrijwel alleen tot dit doel in de huisriolering worden toegepast. Voor het leggen van de gresbuizen wordt eerst een sleuf op voldoende diepte gegraven, waarbij, zo nodig, maatregelen moeten worden genomen tegen inkalven van de grond. Men zet deze sleuf zoveel mogelijk dusdanig uit, dat voor de zijaansluitingen met een volle buislengte kan worden gewerkt. Als regel bestaat in de afstand tot de muur wel enige vrijheid. Bij op staal gefundeerde bouwwerken, welke op normale diepte zijn aangelegd, legt men de riolering niet dichter dan ± 1 m van de buitenmuur. Op deze afstand is er altijd goede gelegenheid zijaansluitingen behoorlijk te maken en de verbindingen goed te dichten.

Wat de diepte van de sleuf betreft, zo graaft men deze vooral niet dieper dan strikt nodig is, zodat de buis zoveel mogelijk op de ongeroerde grond kan worden gelegd, waardoor verzakken wordt voorkomen. Op de einden van rechte gedeelten wordt de diepte overgebracht en daar tussen door zichten of met de draad de verdere diepte bepaald. Met het leggen van de buizen begint men steeds vanaf het laagste punt en werkt, zoals bij alle buismateriaal, met de mof omhoog. Bijzondere omstandigheden nopen wel eens van deze werkwijze af te wijken. Bestaat de bodem uit zand of andere vaste grond dan legt men de buis zonder meer op de sleufbodem. Bij wat slappere grond legt men wel een steen onder de kraag van de buis. Wanneer een gebouw op een grondverbetering is gefundeerd, zal men, zo nodig, ook voor de riolering een zandplemping moeten aanbrengen. Elk geval moet op zichzelf worden beoordeeld. Na het dichten van de verbindingen, onder b besproken, wordt de sleuf gedicht. Dit moet met zorg geschieden en de grond, bij voorkeur zand, moet onder de buis strak worden aangestampt. Hierbij is te letten, dat de buizen niet van hun plaats vergaan. Boven de buizen wordt de grond voorzichtig in dunne lagen aangestampt, zodat inklinken van de aanvulling tot een minimum wordt beperkt.

manchetknopen

Jongere mannen vonden een manier om hun ouders door middel van de manchetknopen te irriteren. Zij imiteerden de nieuwe helden van het toneel, het witte doek en de grammofoonplaat; mannen zoals Noel Coward, die soepele cravaten boven de inmiddels conventionele ‘four-in-hand’-das verkoos. Uiteindelijk zette Coward de kraag en de stropdas helemaal aan de kant en werd zo, tot zijn eigen verwondering, een modieuze trendsetter. “Ik begon gekleurde coltruien te dragen, meer voor het gemak dan voor het effect, en al gauw las ik in mijn avondblad dat ik een nieuwe mode had gelanceerd”, vertelde hij. “Ik geloof dat dit tot op zekere hoogte echt waar was. In ieder geval zag ik in de eerstvolgende maanden steeds meer van onze verwaarloosde koorknapen erin door Londen paraderen.” Toch waren pogingen een buitensporige nieuwigheid aan de herenkleding toe te voegen tot mislukking gedoemd. Dit was zowel aan de macht van de conventie te wijten als aan de dreiging van de beurscrisis in Wall Street van oktober 1929. In de vroege zomer van dat jaar hadden Britse heren nog gebulderd van het lachen over de pas opgerichte Mens Dress Reform Party (Partij ter hervorming van herenkleding). Deze partij beklaagde zich erover dat herenkleding te saai was. Zij droegen liever kniebroeken dan kostuums en stelden voor de doordeweekse kleding van bizarre kleuren en dessins te voorzien, onder andere tinten roze, scharlaken en bloemmotieven. De partij vond weinig bijval.

Begin jaren dertig broeide het schandaal over de affaire van de prins van Wales met de nog niet gescheiden Amerikaanse Wallis Simpson. Men richtte de aandacht toen meer op de Verenigde Staten, en op Hollywood in het bijzonder. Oceaanstomers staken de Atlantische Oceaan over en brachten de filmsterren naar Engeland en Britse modestijlen naar de filmsterren. De culturele uitwisseling die daarmee op allerlei gebieden een feit was, bestaat nog steeds. Britse sterren, zoals Ronald Coleman, Leslie Howard en Jack Buchanan, waren te zien in films die er speciaal voor opgezet waren Amerikaanse mannen te tonen hoe men zich goed kon kleden. De hartstocht voor stropdassen van Macclesfield-zijde was maar een van de gevolgen hiervan. Zelfs geboren en getogen Amerikanen wendden zich tot de grote Londense kleermakersinstituten om zich stijl te verschaffen (met wisselend resultaat). Fred Astaire wilde beslist zijn vest en jacquet om in te dansen gemaakt hebben door de kleermaker van de prins van Wales, maar werd in eerste instantie afgewezen. Ten slotte kreeg hij toch zijn zin, en een avondkostuum van de eerbiedwaardige firma Kilgour, French & Stanbury en een in Londen gekochte witte das werden een Brits ideaal, dat ontleend was aan Astaires verschijning in de film Top hat.

Bing Crosby had het wat moeilijker bij zijn eerste bezoek aan de kleermakers Lesley & Roberts aan de Londense Hanover Square. “Zij bekeken me even en duwden me toen snel in een achterkamertje. Ik denk dat zij niet wilden dat hun klanten zo’n verschijning in hun winkel zouden zien”, herinnert hij zich en hij vervolgt: “De verkoper die mij hielp, was stijf en vormelijk. Hij droeg een boord met omgeslagen punten, een Ascot-das en een jacquet. Hij begon rollen stof te voorschijn te halen en toen hij een grote rol afwond, vloog er een mot uit. Consternatie is een zwak woord voor wat volgde… Het is pijnlijk getuige te zijn van de vernedering en schaamte van een moedig en vriendelijk land.”

gmbh duitsland

Het drijven van de onderneming voor rekening en risico van een GMBH wordt ingegeven door verschillende, uiteenlopende motieven. Een vergelijkbare rechtsvorm van de BV is bijvoorbeeld de gmbh duitsland. Punten die daarbij een belangrijke rol spelen zijn onder andere de oudedagsvoorziening, al of niet in de vorm van een pensioen, en het beperken van de aansprakelijkheid en risico’s in privé. Daarnaast speelt de belastingdruk een niet onbelangrijke rol. Over deze motieven gaat dit hoofdstuk. Alvorens op bovenstaande punten in te gaan eerst enkele andere onderwerpen. Vererving van een onderneming is een moeilijke zaak, zeker als ten gevolge van een vroegtijdig, onverwacht wegvallen van de ondernemer die in een eenmanszaak of VOF zijn onderneming uitoefent daarin moet worden voorzien. In VOF-aktes kan men door voortzettings(verblijvings) bedingen daar een regeling voor treffen; in de situatie van de eenmanszaak is men afhankelijk van de mogelijkheden van de nabestaanden om het wegvallen van de ondernemer op te vangen. Dit is niet anders in een GMBH-situatie. Ook daar is men afhankelijk van de mogelijkheden van de nabestaanden om bij een plotseling wegvallen de onderneming voort te zetten. Zijn die mogelijkheden er niet, dan zal men zowel bij een eenmanszaak als VOF ingeval de onderneming voor rekening van een GMBH wordt gedreven het bedrijf moeten verkopen aan een geschikte koper.

Indien familieleden al in de onderneming werkzaam zijn, verdient het aanbeveling de mogelijkheid tot opvolging testamentair te regelen. De mogelijkheid tot inkoop van eigen aandelen in het kader van erfopvolging is vooral van belang om, gegeven de om andere redenen ingegeven keuze voor een GMBH, de gevolgen van het moeten betalen van successierecht uit (in de GMBH aanwezige en dus gebonden) middelen te verlichten. Die inkoop is dus een uitvloeisel van de keuze en geen argument voor de keuze voor een GMBH. Om verschillende redenen kan het van belang zijn om werknemers te laten deelnemen in de onderneming. Men wenst dan als zittende ondernemer de werknemer deel te laten hebben in het in de onderneming aanwezige vermogen en het hopelijke toekomstige gewin daarvan. In zo’n situatie is de GMBH bij uitstek geschikt als ondernemingsvorm. Immers, overdracht van een eenmanszaak is alleen mogelijk aan opvolgers/niet-ondernemers via een commanditaire vennootschap, hetgeen zowel vanwege de zeggenschap als vanwege de organisatie (tientallen tot honderden vennoten erbij) bezwaren oproept. In zo’n situatie is de GMBH als uitgangspunt bijzonder geschikt. Een nadere uitwerking gaat het kader van dit boek, dat in de eerste plaats bedoeld is voor de directeuraandeelhouder van de ‘l-mens’-GMBH, te buiten. De aansprakelijkheid voor ondernemersrisico’s is een van de motieven om de onderneming in de vorm van een GMBH te drijven. Het valt in de praktijk tegen een volledige afscheiding tussen privé- en zakelijk vermogen te creëren. Om te beginnen eisen financieringsinstellingen allerlei aanvullende privézekerheden bij zakelijke financiering. Ook kan men in privé als bestuurder worden aangesproken als men bepaalde niet bevoegde handelingen verricht. Dit is een wezenlijk punt van afweging! De totale belastingdruk van de winst die in een GMBH wordt behaald, is die van de vennootschapsbelasting op de jaarwinst en de aanmerkelijkbelangbelasting die is verschuldigd als de winst na vennootschapsbelasting aan de dga wordt uitgekeerd. Omdat wordt gewerkt met een opstaptarief en een algemeen tarief is de belastingdruk afhankelijk van de in de GMBH gemaakte winst.

limo

De meeste chauffeurs zijn gekwalificeerd voor het bereiden van limousines, maar voor de erg lange limousines worden wel speciale vaardigheden gevergd Het personeel dat zorgt voor de verhuur van de limo varieert van registratiemedewerkers tot bedrijfsleiders en van chauffeurs tot koks. In 1908 verhuisde limousine naar een nieuwe, grotere fabriek die men in Derby had laten bouwen. Wil je dus wat uitstralen is dit een hele mooie auto. Tegenwoordig is het huren van een limousine echter betaalbaar geworden, zodat iedereen die dit echt wil ook in staat is een limousine te laten voorrijden. In die tijd waren de luxe auto’s slechts weggelegd voor de mensen die veel geld verdienden, filmsterren, artiesten, e.d. We dromen allemaal wel eens, over van alles en nog wat. Eeuwen geleden droegen de herders uit de Franse streek Limousine gewaden, langgerekte jassen met capuchon. Tegenwoordig zijn ze er in diverse lengtes, verschillende `speeltjes` in de auto en van verschillende merken. Zoals airco of allerlei andere systemen die er automatisch voor zorgen dat de gewenste omgeving naar wens is. Toen het weer vrede was, onderkende Claude Johnson als eerste de economische teruggang van de jaren ‘20 en op zijn aandrang ontwierp Royce een kleiner 20 pk-model, dat in 1922 uitkwam. Dus in twee vliegen in een klap.

Wordt het chique of toch wat ruiger en stoer. Op dat moment was de 40/50 het enige model van limousine en hij was geliefd bij een rijke, kieskeurige en selecte clientèle, die in hem de kwaliteit, betrouwbaarheid en geruisloosheid zag die elke toekomstige limousine zouden kenmerken. Voor de niet zakelijke aangelegenheden kan men denken aan het bezoeken van een schouwburg of concert, het bezoeken van een bruiloft (of als bruidspaar zelf arriveren in een limousine), het bezoeken van fotoshots, surprise party’s en ga zo maar door. De omschrijving van een limousine toen: een luxe auto, met overkapping voor de chauffeur en een afgescheiden gedeelte voor de passagiers. De oorlog leidde er ook toe dat Henry Royce vliegtuigmotoren ging ontwerpen en hun productie zou uiteindelijk die van de auto’s in belang overtreffen. In zijn passie voor perfectie en verfijning nam hij nooit genoegen met minderwaardig of tweederangs werk. De voorkant van de koets vertoonde sterke vergelijkingen met de gewaden van de Franse herders en mogelijk kwam de rijtuigmaker uit dezelfde streek als zij. Dit bleek al snel een slimme zet, want de kleinere wagens waren populairder dan de opvolgers van de Silver Ghost. Wil je een knallend feestje, dan moet je eens met je vrienden of vriendinnen opstap gaan in een limousine, die dag zul je nooit vergeten en nog vaak op deze dag terug zien. Deze wagens hebben vaak een chique en ruig uiterlijk tegelijk. De chauffeurs hebben hierin een belangrijke functie.d. Een lichtshow is ook steeds meer in trek, dit wordt gedaan via laserlampen (zoals die men in bijvoorbeeld een discotheek of andere uitgaansgelegenheid tegenkomt).

trouwringen

Op een serie foto’s uit 1937 van Godfried de Groot, die tot in de oorlogsjaren nog menigmaal in de media zouden opduiken, draagt zij een lief kapitaal aan diamanten en trouwringen. De discussie tussen deze prominente collega’s en leeftijdgenoten ging minder over goud dan de eerste vraag hun expressiemogelijkheden in kleur, textuur en oppervlaktestructuur onbenut waren gebleven., Jan Eisenloeffel en Bert Nienhuis. Het sociale klimaat waarbinnen edelsmeden als Frans Zwollo sr. De Bond maakte plaats voor de ‘Federatie ter behartiging van de belangen van den handel in Gouden en Zilveren werken’, een overkoepelend orgaan dat per 1 januari 1933 was opgericht en waaronder de vele belangenverenigingen in de branche zich konden scharen. Producten van kunstnijverheid konden alleen door een kleine, vermogende bovenlaag worden aangeschaft. De functie van het sieraad als statussymbool werd niet afgeschud. Rond 1900 richtte menig kunstenaar en literator zich met zijn werk op het welzijn van de samenleving. Amsterdam werd het centrum voor een aantal sociaal bewogen kunstenaars die goed ontworpen gebruiksgoederen voor grotere groepen van de bevolking bereikbaar wilden maken. Werkelijk moderne sieraden voor deze tijd werden pas in het oktobernummer van 1934 getoond. De eerste in deze reeks was de keuze van sieraden door vrouwen uit Amersfoort in 1997, gevolgd door vrouwen uit Nijmegen in 1998, Arnhem in 1999 en daarna die uit Zwolle en Apeldoorn.

De verkoop voor mannensieraden lag voor het overgrote deel bij de juwelier horloger, jaar en dag zijn horloges het belangrijkste artikel voor mannen geweest en de verkoop van herensieraden werd waarschijnlijk terecht in het kielzog van de verkoop aan horloges gezien. In het vakblad Goud en Zilver was de zilvercrisis rond 1930 een terugkerend thema. De complexe wijze waarop de dassen in deze periode werden gestrikt en bijvoorbeeld de zorgvuldige wijze waarop borstzakjes en knoopsgaten waren gemaakt, boden aanknopingspunten voor een bescheiden arsenaal aan sieraden, vaak met een functie. Het interview met Marion Herbst werd geïntroduceerd door Gerard Lakke die het niet eens was met het eenzijdige beeld dat hier werd gepresenteerd; hij had het, zeker na het ‘Jaar van het Sieraad’, beter gevonden om bijvoorbeeld een deel van de presentatie te wijden aan mode en sieraden, voor een breder begrip van het vak. Twee van zijn ‘ouderwetse en statusbewuste sieraden’ zitten de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam. de Jonge in haar publicatie uit 1924 al aangaf. Fuchs uit Amsterdam. Enige echte stukken uit het vakblad zijn al genoemd. Zowel Lauweriks als de architect De Bazel behoorden tot een theosofische loge, de Wahanaloge. De lange oorbellen met druppels van maansteen en wat andere sieraden die erg klein op de foto’s zijn afgebeeld, hebben een kunstnijver karakter en sluiten qua vormgeving meer aan op trouwringen uit voorgaande periode. Ondertussen was de zilverprijs echter weer stabiel en er was ook rust op de goud- en platinamarkt. In 1984 organiseerde Het Kapelhuis in Amersfoort nog een tentoonstelling met ontwerpen van Nederlandse kunstenaars waarin onder meer de spiraalvormige ketting met bloemblaadjes van een dahlia van Gijs Bakker was te zien, het draadkoffertje van Maria Hees en als verrassing het horloge van een nieuwkomer als Peggy Bannenberg die toen nog bij Onno Boekhoudt aan de Rietveld Academie studeerde.